Ma Xiu Jia

Herr Seele

8 april 1996

Op het eerste gezicht lijkt de etalage van pianozaak Van Heirseele-Schweiger een rariteitenkabinet. Piano's waarvan je je afvraagt of ze niet nog door Karel de Grote zelf bespeeld zijn staan op een kluitje bij elkaar, naast een hele wand snaarinstrumenten met regenwoudse trekjes. Dit was ooit een feestzaal, waar de fine-fleur van Oostende, koningin der badsteden, samenkwam voor haar belangrijkste sociale evenementen. Wanneer je de winkel eenmaal binnenstapt, raak je meteen in de ban van een vreemde, scheppende sfeer, en dat is geen toeval, dit is de biotoop van Peter Van Heirseele, de man die onder het pseudoniem Herr Seele niet meer weg te branden is uit de herinnering van vele Vlamingen en Nederlanders.

Aan de telefoon gaf de man ons al snel een warmhartige indruk en kwam hij niet snauwerig over, zoals velen wanneer ze de smaak van bekendheid eenmaal geproefd hebben. In realiteit is hij zo mogelijk nog sympathieker: helemaal achterin de zaal biedt hij ons een stoel aan bij de kachel en excuseert zich, hij wil nog vlug voor wat thee zorgen. Even later zitten we gezellig rond de kachel, elk met een kopje Yogi-thee in de hand.

"Ik doen een beetje antroposofie en daar wordt deze thee zeer op prijs gesteld. Er zit gember en peper in en je moet er een beetje melk en honing bijdoen."

Na enkel voorzichtige slokjes brandt hij los, en omdat wij per slot van rekening scholieren zijn, begint hij bij zijn studies.

"Ik heb tot mijn zestiende menswetenschappen gevolgd. In de winter stond ik vroeg op, deed ik het raam open en probeerde ik met dekens om mij heen gewikkeld te studeren, mijn schoolresultaten waren echter niet al te denderend. Dat wil niet zeggen dat ik niet kon studeren, ik was al op m'n eentje bezig met filosofie. Het eerste boek dat ik bijvoorbeeld gekocht heb, op m'n veertiende, was Ethico Nicomachea van Aristoteles. Daarnaast hield ik me ook wat bezig met Wiskunde, ik ontcijferde in m'n eentje boeken van Bertrand Russel, zoals z'n Principia Mathematica. Rêveries du promeneur van Rousseau en De jonge Werther van Goethe las ik in hun oorspronkelijke taal. Ik heb het altijd moeten hebben van zelfdiscipline en zelfstudie, op school kon ik het echt niet rooien. Uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt en mijn ouders een brief geschreven waarin ik vroeg of ik naar de kunstacademie in Gent mocht gaan en ik mocht."

"Ik heb 3 jaar op de Academie doorgebracht maar in mijn derde jaar ben ik gezakt voor beeldhouwen. Ik had namelijk, toen ik op de examendag naar de leraar toe moest, enkele van mijn partituren in een plastic zak aan de deurknop gehangen en daarna was ik weer fluitend de stad in gegaan om shit te paffen. Ik vond namelijk dat componeren ook iets was dat je in de ruimte deed en die leraar zou dat misschien ook wel gevonden hebben, maar hij heeft me toch een onvoldoende gegeven omdat ik niet op hem had gewacht. Door die ene onvoldoende kon ik niet overgaan maar ik wou mijn jaar zeker niet overdoen. Mijn vader had toen toevallig een advertentie in de krant gelezen over een opleiding in Engeland om vioolbouwer te worden. Dat leek mij wel wat, rustig, een pijpje rokend een viool bouwen en dus ging ik naar Engeland. Toen ik daar aankwam bleek dat de vioolbouwersklas vol zat maar er was nog wel een plaatsje vrij in de pianostemmersklas en in een plotse opwelling schreef ik me daarvoor in. De volgende twee jaren waren een echte wilsoefening voor mij omdat het leren pianostemmen met behulp van het gehoor betekende dat je elke noot die je hoorde exact op het klavier moet kunnen situeren, ik moet eraan toevoegen dat ik geen piano kan spelen, omdat het me te complex is met die linker- en rechterhand."

U sprak daareven over componeren, waar heeft U dat geleerd?

"Ik heb dat op mijn eentje geleerd. Ik schreef op mijn 13de al clavecimbelmuziek en symfoniën en ik heb zelf ook vele muziekinstrumenten leren bespelen (o.a. viool en blokfluit)."

U bespeelt enkele muziekinstrumenten, wil dat zeggen dat U vooral van klassieke muziek houdt?

"Ik houd van alle soorten muziek. Mozart en domme popmuziek zoals de Beatles en Abba en zelfs hardcore. Ik houd ook van punk. Toen de punk in 1976 opkwam ben ik erop gesprongen, ik vond de fluorkleuren die de punkers droegen in die tijd erg fris."

Deed U ook mee met de extreme modegrillen zoals neusvleugels doorboren met paperclips?

"Ja en nee, ik denk dat als ik er al aan meedeed, het onbewust was. Het beste voorbeeld daarvan is natuurlijk dat toen ik in 1977 naar Engeland ging, ik erachter kwam dat ik er precies zo bijliep als die prille Engelse skinheads. Ik droeg de typische skinheadkledij, op de spijkerbroek na, terwijl ik nog nooit van de skinheads had gehoord. Ik vond het wel jammer toen het een paar jaar geleden 'negatieve mode' werd. Ik houd er wel van om een beetje anders te zijn dan de rest. Toen ik nog naar de Academie ging in Gent, nam ik elke week de trein en elke week viel heel het station plat van het lachen toen ik binnenkwam. Ik liep er nogal vreemd bij in de jaren zeventig: ik had hetzelfde korte haar als vandaag, een alpen-muts, ik had een golfbroek, stijl vroege Kuifje, ik had ook bloedrode handschoenen aan en de grijze 'pardessus' van mijn vader. Ik had een stuk zoethout in mijn mond en Kamagurka, toen nog een onbekende, kwam me toen een vuurtje aanbieden. Hij vertelde me later: 'ik vind het fantastisch, iemand die zo zijn best doet om er zo lelijk uit te zien'. Persoonlijk vond ik niet dat ik er lelijk uitzag, mijn moeder had die golfbroek gemaakt voor me en ik was destijds ook veel bezig met romantische literatuur, de Russische schrijvers als Dostojevski, in die boeken liepen de mensen er ook zo bij."

"Je moet wel weten dat het nooit mijn bedoeling geweest is de mensen te shockeren door bijvoorbeeld met een jasje waarop 'Fuck Off' staat over straat te lopen. Ik heb iets in mij dat probeert aangenaam te zijn voor de mens en in mijn strips komt dat ook aan de oppervlakte, Cowboy Henk lacht voortdurend."

Na Uw studies bent U met een zaak begonnen en bent U ook professioneel gaan tekenen.

"Inderdaad, enerzijds heb ik mijn eigen muziekzaak waar ik piano stem en anderzijds doe ik iedere week mijn best om de deadline van Cowboy Henk voor Humo te halen. Het kost me veel tijd om zo'n pagina te tekenen omdat ik elke keer iets totaal nieuws probeer te maken. Ik zie Cowboy Henk als een humoristische strip die leuk blijft en de tand des tijds doorstaat."

Heeft U altijd dat tekenen in U meegedragen?

"Ja, ik herinner me dat ik en m'n broer thuis strips tekenden voor onszelf, ik heb zo mijn eerste volledige strip voltooid in '71, ik was toen 11 jaar. Enkele jaren hebben we zo blijven tekenen, ik geloof dat ik alles samen zo'n twintig albums maakte. Op mijn vijftiende ontwierp ik een boek met duizend grappen, ik schetste elke avond dertig cartoons, terwijl mijn ouders TV zaten te kijken, toen het af was doopte ik het Humor voor zwart-wit kijkers."

"Tegenwoordig werk ik als tekenaar voor het Standaard Magazine, dat is het enige werk dat ik solo doe, de rest doe ik samen met Kamagurka."

Kamagurka is een ander belangrijk facet van je artiestenleven, hoe zou U Uw relatie tot hem omschrijven?

"Hij is de moppentapper en ik de tekenaar. Hij is veel meer met zijn werk bezig dan ik. Ik heb misschien wel meer te maken met de professionele kant van Kama. Hij heeft veel moeite om tot rust te komen, hij is eigenlijk nooit op zijn gemak, behalve als hij in de vrije natuur rondloopt. Hij is altijd bezig met werken, ook als hij in de stad rondloopt, hij is altijd moppen aan het bedenken. Hoe gestresseerder hij is, hoe meer moppen hij maakt. Moest hij heel rustig zijn, zou hij misschien volgens mij geen moppen maken. Laatst kwam hij hier om te werken, en ik stel 's middags voor om iets te gaan eten, een vis hier in de buurt. Hij heeft toen zijn notitieblok meegenomen op restaurant, enfin, ik had het mijne ook wel mee, maar toch. De auteursrechten zijn 30-70 verdeeld in zijn voordeel. Ik ben wel tamelijk goed om dingen te suggereren aan Kama -zo noem ik hem altijd-, ik ben zijn klankbord."

"Die verhouding zat er eigenlijk al van het begin in. Kamagurka was voornameijk thuis in humor. Hij had zijn hele jeugd humor gelezen, voornamelijk hele 'straffe kost' zoals het Franse blad Hara Kiri met de kenmerkende 'blote-vrouwen-humor'. Dat verklaart wel veel over Kamagurkas humor. Ik leerde Kamagurka kennen in Gent, en wij namen samen de trein tot Brugge -ik woonde in Torhout en hij in Oostende-. Op die trein gaf ik hem mijn filosofische boeken en hij gaf zijn Hara Kiri aan mij. Die combinatie van filosofie en humor is een heel exoplosief mengseltje gebleken."

Wat is Uw favoriete soort strip?

"Wel, ik lees nauwelijks strips dus ik heb er niet zo'n zicht op. Ik houd wel van de hedendaagse strips, strips die iets nieuws proberen en strips die over strips gaan. Onze strip (Cowboy Henk) is wel een strip want je kunt hem iedere week lezen en er om lachen maar terzelfder tijd is het een soort antistrip. Veel stripliefhebbers houden precies daarom niet van ons werk."

Wat bedoelt u met de term antistrip?

"We gebruiken de typische clichés uit de stripwereld maar we spelen ermee. Toen we pas met Cowboy Henk begonnen in De Morgen hebben we bijvoorbeeld De avonturen van het niets beschreven. De avonturen van is een cliché en Niets is iets dat daar niet bij hoort. De eerste dag hadden we een compleet witte pagina, 6 lege hokjes. De tweede dag plaatsten we slechts een klein hokje wit, het niets werd kleiner. De derde dag hadden we nog minder wit, het niets werd nog kleiner. De vierde dag hadden we geen wit meer, het niets was verdwenen. Dat was een anti-strip, we spotten met de gangbare normale strip."

U sprak al over Kamagurka's 'Hara Kiri' en over anti-strip, wat is voor U het toppunt van humor?

"Wat betreft humor houd ik vooral van René Magritte, het surrealisme. Zijn schilderen met die bolhoed bijvoorbeeld, of die ventjes die naar beneden geregend komen en die pijp, dat vind ik fantastisch grappige dingen. Die kunstwerken zijn wereldberoemd want iedereen kan ze snappen, je hebt er geen uitleg bij nodig. Ik waardeer op dat vlak ook mijn stadsgenoot, de Oostendenaar, James Ensor. De televisie is een ander medium dat sterk met humor verweven is en toch vind ik dat slechts de BBC humoristische dingen weet te brengen, The Late Show bijvoorbeeld, dat vind ik erg goed, dat zijn moderne vormen van humor waar we in België nog lang niet aan toe zijn. Ik denk dat het zelfs nog zal verslechteren omdat de druk om iets grappigs te maken steeds groter wordt. Kama draait wel mee in dat wereldje, hij wil steeds iets nieuws. Wat dat betreft ben ik wel anders dan Kama, ik doe iets liever op mijn gemak in plaats van me te overhaasten. Dat is wel moeilijk in de samenwerking met Kama, ik hou van een heel ander tempo dan hem."

Is dat de reden waarom het nu stil geworden is rond jullie als duo, omdat U lang televisie heeft gemaakt en op het podium heeft gestaan met Kamagurka?

"Ja en nee, ik denk dat het grootste probleem ons succes was: vóór de televisieseries van Lava speelden wij voor 100 man, ná Lava hadden we plots 600 toeschouwers. Die schaalvergroting bracht enkele problemen met zich mee: visuele humor was niet meer zo makkelijk, en daardoor begon humor die vanuit tekst vertrekt, denk maar aan Kamiel Kafka, de bovenhand te voeren. Visuele humor was mijn sterkste kant en dus begon de samenwerking minder te werken. Misschien heeft het er ook wel mee te maken dat typetjes als Kamiel Kafka nogal gesloten zijn en scherp, je kunt geen dialogen brengen met hen. Uiteindelijk hebben we meer dan tien jaar volgens dezelfde formule gewerkt. Wij brachten humor rond de piano en we repeteerden nauwelijks, we brachten de sketches soms zelfs van blaadjes. We konden de grappen zo wat tot rijping laten komen terwijl we op tournee waren. Kama zei niet lang geleden in een interview dat hij het vervelend zou vinden om tot op zn oude dag hetzelfde te doen. Ik vind dat niet en inderdaad, het zou kunnen zijn dat Kamagurka toch een beetje heimwee heeft naar de oude samenwerking en dat hij het ook nodig heeft. Hij heeft namelijk weer beroep op me gedaan voor een nieuwe televisiereeks bij de VPRO."

Heeft het feit dat jullie voor een Nederlandse zender werken een speciale betekenis?

"Nee, de oorzaak is te zoeken in een misverstand. Kamagurka had een contract ondertekend bij Ka2. Als programmamaker verwacht je een eigen budget te krijgen om een programma te maken maar dat was er niet bij Ka2. We zijn ten einde raad naar de VPRO gestapt, in zekere zin zijn dat goede vrienden van ons, het heeft dus niet veel moeite gekost budget los te krijgen. Het programma zal weer net als vroeger flitsend camerawerk worden, een beetje reportage-stijl, een low-budget decor en bijna geen make-up, ik heb enkele weken terug trouwens zelf nog enkele pruiken gekocht."

Iets heel anders nu: hoe staat U tegenover de politiek?

"Ik heb niet zoveel vertrouwen in de politiek, ik krijg de indruk dat alles zo vastgeroest zit. De politici zijn bijvoorbeeld heel erg traag om de milieuproblematiek te begrijpen. Ik eet al vijfentwintig jaar macrobiotisch uit ecologische overwegingen, mijn moeder heeft namelijk ooit iemand pesticiden zien sproeien op een tuintje van 1 vierkante meter, dat heeft bij haar een knopje omgedraaid. Niet veel later zijn we begonnen met macrobiotiek. Zelf ben ik vegatariër maar als ik in Engeland ben, eet ik wel eens spek met eieren. Ik doe waar ik zin in heb maar ik zou niet iets kunnen doen wat tegen mijn eigen moraal zou ingaan."

Wat is Uw eigen moraal?

"Mijn moraal is gebaseerd op de boeken die ik heb gelezen, zowel de filosofische werken als de boeken over makrobiotiek en Yin en Yang. De essentie van mijn moraal is respect voor alles wat je om je heen ziet, een mens, een levend wezen en zelfs de materie."

Dat is toch niet de gangbare moraal?

"Nee, nee, zeker niet. Ik denk dat mijn moraal duidelijk te zoeken is in het oosten. Ik vond het een heel mooie constatering toen ik ergens las het licht komt uit het oosten. Voor het spiritueel leven in het westen moet het licht uit het oosten komen. Wij hier in het westen hebben de oosterse filosofie nodig om de westerse filosofie, die een beetje doods is, uit te laten groeien tot iets moois."

Zal de eeuwwisseling daar positieve veranderingen in brengen?

"Ja, ik denk dat we in de 21ste eeuw met iets compleet nieuws moeten beginnen en alle westerse filosofie, het christendom en al die andere zaken overboord gooien."

Wat betreft het christendom, bent U gelovig?

"Ik ben al meer dan dertig jaar niet naar de kerk geweest, wat me wel enorm interesseert bij het christendom is de vroege kerkgeschiedenis. Neem nu bijvoorbeeld de filosoof Dyonisius van Aeropaghyt, ik geloof wel een beetje in zijn theoriën. Hij heeft geleefd rond 600 en hij zag de wereld meer als een kosmologie met engelen die een hirarchie krijgen. Ik geloof ook in het Kwaad dat volgens de antroposofie in twee vormen aanwezig is: Ariman en Lucifer. Lucifer is het echte, slechte kwaad terwijl Ariman meer het materialistische vertegenwoordigt. Onze wereld is enorm onder de invloed van Ariman, we zitten in heel materialistische, geestelijk arme tijden. De geestelijke wereld wordt een beetje stiefmoederlijk behandeld en dan heb ik het niet over 'het paranormale' wat voor mij een negatieve bijklank heeft, ik heb het enkel over het feit dat elke mens een ziel heeft en dat dt nu net een beetje vergeten wordt. Je hebt daar natuurlijk zeldzame uitzonderingen op, ikzelf hoop bijvoorbeeld met mijn strips één van die uitzonderingen te zijn maar nu zijn er al die godsdiensten, de antroposofie en de kerk en er worden geen pogingen gedaan samen te komen, ieder zit in z'n eigen straatje en sterft er een stille dood. Dat vind ik heel erg slecht."

Na anderhalf uur rond de kachel, worden we door Inez, de echtgenote van Herr Seele, uit de betovering gehaald. Parmantig wandelt ze de zaak binnen, plaatst zich aan een piano en begint die vol virtuositeit te bespelen.

Vriendschappelijk sluiten we het interview af. In het naar buiten gaan vertelt Herr Seele ons tussen neus en lippen door: "Inez is 24, 13 jaar jonger dan ik."

Wanneer hij onze verwonderde blikken ziet, voegt hij eraan toe: "Vreemd hé, ik had nooit gedacht dat ik zou trouwen."


Geschreven door Marceau Dewilde en Jean-Paul Timmers in 1995 | Contact | Top