Ma Xiu Jia

Chinees

11 September 2006
handgeschreven hanzi
Mijn jammere handgeschreven han-zi (Chinese karakters), die door Chinezen vlot (en terecht) herkend worden als het gekriebel van een klein kind.

Chinees studeren is een pijnlijke bezigheid. Twee-en-een-half jaar reeds lubber ik aanmatigend, doelloos keitjes trappend op de oever der taalstudie. Wat kan ik ondertussen? Ik kan een gesprek voeren, en ik kan dat zeker met die goede (Chinese) zielen die erin slagen hun taalgebruik op mijn meelijwekkende niveau te houden (ik overdrijf misschien een beetje). Er is echter vaak nog stof waar ik niet doorheen kijken kan. Erger nog, televisie bekijken of radio beluisteren is onbegonnen werk. Mijn kennis is daarvoor pijnlijk onvoldoende. Af en toe, met een welhaast autistische concentratie, kan ik de grote lijnen van het betoog uit de woordensoep pulken. Dat kan ik echter helemaal niet als ik probeer iets te lezen. Een menu of een krant is genoeg om me in een korte existentiële crisis te werpen. De hoeveelheid onvatbare informatie bevat in een paar vierkante centimeter papier is verpletterend. Het wordt daarenboven ook jammer genoeg niet snel beter. De snelheid waarmee ik nieuwe woorden aanleer verzinkt in het niet vergeleken met het huidverschroeiende tempo waarmee die snelheidsduivels, gletsjers, bergen afrazen. Mijn hart breekt telkens ik op straat één van de legioenen gniffelende kleine jongetjes en meisjes zie, niet meer dan 10 jaar oud, verdiept in Chinese vertalingen van het erfgoed van James Joyce ("Finnegan's Wake" is hier erg populair bij de schoolgaande jeugd).

Het is misschien niet allemaal mijn schuld. Ik werd immers niet in China geboren. Ook begon ik pas laat met het bestuderen van het (hier) plaatselijke gewouwel. Het door linguïsten met schuimlippen bezongen 'gouden venster der taalverwerving' staat ondertussen slechts nog op een klein verroest kiertje. Maar... ik moet met pioenrode wangen toegeven dat ik me pas sinds een flink jaar op intensievere studiemethodes heb gestort. En dat vaak niet met volle overgave. Het grootste deel van mijn kennis heb ik al horend en zeggend opgedaan. Dat is nuttig zolang de communicatie horend en zeggend verloopt. Maar... vaak gebeurt dat niet zo. Misschien, wie weet, trek ik me vloeiender uit de penarie trek dan menig een in Europa studerend aspirant sinoloog. Waarschijnlijk zijn er weinigen onder hen die een paar frasen plat Jinanees kunnen uiten. Maar zij kunnen ongetwijfeld vlot teksten lezen, en zijn misschien na een jaar (of twee) op een niveau dat hen toestaat met vlag en wimpel in de onaardig moeilijke HSK test te slagen. [De HSK is een test die gepasseerd moet worden door buitenlanders die aan een Chinese universiteit wensen te studeren. Iemand die in de HSK slaagt kent in principe evenveel Chinees als een 18-jarige middelbaar geschoolde Chinese snoodaard.]

Het grote probleem voor mij, als voor zowat alle andere buitenlanders die hun tanden stukbijten op die aartsmoeilijke taal, is dat Chinees eigenlijk twee talen omvat, die schijnbaar geen enkel uitstaans hebben met elkander en die apart van elkander aangeleerd moeten worden. Ik heb het dan niet over twee dialecten, of over twee talen in de traditionele zin. Neen. Ik bedoel dat Mandarijns Chinees uit elkaar valt in twee niet aan elkander te lijmen taalkundige universa: het gesprokene en het geschrevene. Hoeveel je ook zeggen kan, als je nooit met een boekje of met flitskaartjes hebt neergezeten om han-zi (Chinese karakters) in je hoofd te persen, dan kun je niet lezen. Niets. En als je 100 karakters hebt gestudeerd dan kun je welgeteld 100 karakters lezen. Soms zijn die op zichzelf een woord. Soms worden ze aan één of meerdere andere karakters gekoppeld en vormen die samen een woord. Na het studeren van 100 karakters kan je dus misschien (in een perfecte wereld) net 100 woorden lezen, maar hoogstwaarschijnlijk veel minder. (Echter, nadat je de 26 karakters van het Romeins alfabet leert kun je, in principe, alle woorden uit om het even welke Indo-Europese taal leren). Natuurlijk, toegegeven, de eerste 100 karakters zijn veruit de moeilijkste (om het even welke specifieke karakters je toevallig als eersten aanvalt). Het wordt eenvoudiger. Hier en daar zijn de beginselen van een systeem ontwarbaar. Er zijn heel wat dingen die vaak terugkomen. Maar, nieuwe karakters studeren wordt jammer genoeg nooit zo gemakkelijk dat je het hele intensieve studie-ding niet meer nodig zou hebben. Over die hele problematiek las ik onlangs nog het volgende geweldig interessante en plezierende artikel, een must voor zij die zich geroepen voelen.

Niettemin. Hoewel de toon van het voorbije misschien de lagere regionen van de humeurladder bespeelde, wil ik de eerste zijn om je te vertellen dat de studie van de taal der Chinezen een feest is. Het is een feest voor de hersenen, die evenwel na nog geen uurtje intensieve studie donzige pluimpjes stoom de koele kamerlucht insturen. Ik word intens gelukkig bij het bestuderen van de ingeniositeit waarmee sommige karakters opgetrokken zijn. Laten we even een voorbeeldje bekijken. Het karakter 'chou', prentje 1 hier beneden, heeft als betekenis 'ongerustheid, ongelukkigheid'. De ongeïnitieerde kijker slaagt er hopelijk in te zien dat het karakter drie delen heeft. Linksboven zie je 'he', een ander karakter (de meeste Chinese karakters zijn een combinatie van andere karakters). 'He' betekent graanhalm. Daarnaast, in de rechterbovenhoek, vind je 'huo', een karakter dat vuur betekent. 'He' en 'huo' samen betekenen 'qiu' (herfst). Dat op zich toont poëtische logica. Herfst is de tijd waarin graan de kleur van vuur krijgt. Wanneer groen overgaat in goudgeel, is het tijd voor de oogst. En nog meer dergelijke bucolica. Onder 'qiu' zien we een derde karakter, 'xin', wat hart betekent. Die drie/twee delen samen worden gelezen als 'chou' (wat overigens de tweede van de vier Chinese tonen draagt - lang en plat -). Onrust of ongeluk wordt geschreven als herfst van het hart. Ach.

chou
Prentje 1, 'chou'

Evenwel, er is een reden voor deze neuzelingen over deze parafernalia. Ik heb sinds kort een privé-leraar onder de arm genomen, en het ziet ernaar uit dat ik er morgen of overmorgen nog eentje bijneem. Ik heb al langer het gevoel dat ik deze studie niet mijn alles gegeven heb. Het is een gevoel waar ik al te jammerlijk mee vertrouwd ben (aanmodderend is een adjectief waarmee een groot deel van mijn activiteit beschreven kan worden). Maar, daar staat een einde aan te komen. Dit initiatief heeft evenveel als doel mezelf in gang te houden, als mij te kunnen laven aan de bron der wijsheid van een moedertaalgebruiker. Ik heb hier en daar woordje laten geworden, over het feit dat ik graag een student in de Chinese taal- en letterkunde had ontmoet die mij voor een prijsje wat zou begeleiden in mijn studie. Nogal snel boden twee vlegels zich aan. Ik heb dat voornamelijk te danken aan de cyber-hulp van de lieflijke Ka die vanuit Guangdong (meer dan 2000 kilometer ten zuiden van... hier) een keyboardje bijstak. De twee sloebers studeren aan de Shandong University (een in China redelijk vermaarde unief). Wij zijn een loon(tje) van 10 RMB per uur overeengekomen (een goeie euro). Dat is het dubbel van wat de Amerikaanse hamburgerrestaurants hier verlonen (en die zijn hier, in een ontstellende omkering van de realiteit die ooit de mijne was, redelijk goeie betalers; in het bijzonder voor studentenarbeid). Ook krijgen de snaken de kans om via osmose hun Engels wat op te krikken, en dat ten huize van één van de weinige buitenlanders in de stad. Ik hoorde nog geen klachten.

studiematerialen
Als je Chinees wilt kennen, dan heb je een serieus paar, um..., kilogrammen materiaal nodig.

Contact | Thuis